2. De Natuur van het Flevopark

De vijver

'Maatregelen die getroffen moeten worden ten behoeve van het onderhoud en ter verbetering van het groen, dienen afgestemd te zijn op het behoud van het specifieke karakter van het Flevopark ten aanzien van flora en fauna'.

Zo luidde een van de Uitgangspunten m.b.t. de renovatie van het Flevopark.

Het Flevopark is dan ook niet zomaar een stadspark: door zijn unieke ligging aan de rand van de stad en aan het water van het Nieuwe Diep komen er planten en dieren voor die je in een geisoleerd liggend stadspark als het Vondelpark of Oosterpark niet snel zult tegenkomen. Daarnaast is het park ook uniek omdat er tussen de bebouwing en het eigenlijke park een gebied ligt, dat niet betreden mag worden en functioneert als een rust- en schuilplaats voor tal van diersoorten: de Joodse Begraafplaats.
Eigenlijk kan men het Flevopark zien als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland, die hier is gepland vanaf het Gooi langs de IJsselmeeroevers naar Waterland. Het Flevopark (met het Nieuwe Diep) vormt daarbij een groene lob die Amsterdam-Oost insteekt. Er worden daarom opvallend veel vogelsoorten gezien, mede omdat door de aanleg van de Flevopolders gestuwde trek ontstaat aan de oostzijde van Amsterdam.

Vooral in het voorkomen van bepaalde vogelsoorten is dat goed te zien. Kleinere en grotere zoogdieren - en dan gaat het niet over blaffende viervoeters - hebben het wat moeilijker om het Flevopark te bereiken, aangezien er in de vorm van het Amterdam-Rijnkanaal een fikse barriere is te nemen. Daarom zal ook worden ingegaan op de mogelijkheden om dat voor bepaalde diersoorten te verbeteren.

Natuurwaarden van het Flevopark en omgeving

Het Flevopark kan niet los worden gezien van de directe omgeving: de Joodse Begraafplaats, het sportcomplex aan de zuidzijde, het zwembadterrein, de ringvaart, het Nieuwe Diep en de dijk van het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook het groengebied rond het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer en het NS-emplacement bij Diemen zijn zinvol om hierbij te betrekken, aangezien vanuit die gebieden regelmatig vers bloed (hazen, muizen, vogels) het Flevopark binnenkomt. Dit geheel maakt dan weer onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur die van de Veluwe via de randmeren doorloopt naar IJsselmeer en Waterland. groene lob die van de Veluwe doorloopt naar IJsselmeer en Waterland.
Doordat het park omringd is met gebieden die geen woonfunctie hebben, doet het park veel groter aan dan het is en is er ook gevoelsmatig een duidelijke afstand tot de stedelijke sfeer. Voor een indruk van de natuurwaarden kunnen we het best een lijn trekken van west naar oost met als meest oostelijke grens de westelijke Merwedekanaaldijk en in het westen de hoog opgaande begroeiing langs de Kramatweg. Deze bomen en de niet toegankelijke Joodse begraafplaats vormen een buffer ten opzichte van de ernaast gelegen Indische Buurt. Deze zone is zeer rustig en heeft in het bijzonder betekenis voor de blauwe reigers, die hier vaak met tientallen aanwezig zijn.

blauwe reiger hangplek De 'reiger- sociëteit' op de Joodse Begraafplaats.


Ook aan de oostzijde bevindt zich een rustige zone in de vorm van het Nieuwe Diep en de rietkragen aan de noordzijde van het sportterrein en langs de dijk van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Nieuwe Diep wordt bezocht door een veelheid van watervogels waaronder een aantal soorten die meestal niet vaak in stadsparken voorkomen. (duikeenden, dodaars in de winter, rietvogels in lente en zomer).
Doordat het zwembadterrein en het sportterrein ruimtelijk zijn gescheiden van het park en het Nieuwe Diep, hebben ook deze gebieden, zeker in de winter, een zekere bufferfunctie ten opzichte van het park.

Noordhoek Flevopark Beeld van de zwembadsloot met op de achtergrond de noordelijke hoek van het Nieuwe Diep. Hier zijn tijdens de renovatie zogenaamde 'plasbermen' aangebracht, dit zijn verondiepingen. Allerlei moerasplanten zoals rietsoorten, biezen, waterviolier enz., kwamen spontaan op. Het gebied oefent daardoor een grote aantrekkingskracht uit op allerlei watervogels. Uniek was de verschijning van een lepelaar begin juli 1995, die hier gedurende een week elke avond voedsel kwam zoeken.


Het Flevopark is dus een soort 'eiland' van opgaand groen met open zones tussen de rand van de stad en groot open water(IJsselmeer), met een 'uitloper' van dat open water onmiddellijk grenzend aan het park. Daardoor vertoont het complex begraafplaats, park, Nieuwe Diep duidelijk elementen van landgebonden natuur in combinatie met elementen van de natuur van het water. Deze situatie is in een stedelijke omgeving zeldzaam.
Het eigenlijke park is een stelsel van zes elementen: kruidenvegetaties, deels in de boszone, deels op open plekken langs paden; opgaand groen in de vorm van heesters en bomen; grazige open ruimten (speelweiden), waterpartijen (sloten en vijvers) en oeverzones, paden en wegen, en de aanwezige bebouwing.

Kruiden, struiken

Aan het Flevopark is jarenlang weinig onderhoud gepleegd. Dit had tot gevolg dat - met name aan de randen van het park - bomen de sierheesters gedeeltelijk verdrongen. In plaats van de weggedrukte heesters groeide er vooral brandnetel, die werd bestreden met onkruidverdelgers. In deze tijd van milieubewustzijn is spuiten echter niet wenselijk. Sinds een aantal jaren wordt de grond onder struiken en bomen dan ook niet meer plat gespoten of geschoffeld tot alles er 'netjes' uit ziet. De beheerders van het park, ook gedwongen door gebrek aan geld en mankracht, maakten van de nood een deugd en kozen voor een vorm van natuurlijk onderhoud. Met name in de wildere bosachtige stukken langs de Joodse Begraafplaats was en is dat zeker op zijn plaats. Een natuurlijk bos bestaat namelijk niet alleen uit een struiken- en bomenlaag. De kruidenlaag daaronder is net zo belangrijk.
Daarom werden er grote hoeveelheden nagelkruid, robertskruid, look zonder look, fluitekruid en zevenblad gezaaid en geplant. Bijkomend voordeel is dat met behulp van deze planten(deels bodembedekkers) een monocultuur van brandnetels wordt voorkomen, hoewel deze onsympathieke soort nooit helemaal zal verdwijnen en dat is eigenlijk ook wel goed, aangezien veel insektesoorten op deze plant leven. Vooral bij een wandeling in het voorjaar is het effect van deze planten goed te zien. Wanneer de blaadjes nog niet aan de bomen zitten, komen de kruiden tot bloei.

boszone

Uit de park- enquete van 1985 bleek dat veel bezoekers van het Flevopark dat wilde, natuurlijke karakter van het park positief waarderen. Daarom zal aan de randen van het park de situatie na de renovatie hetzelfde blijven; je waant je in een echt bos.


Overigens moeten af en toe op bepaalde plekken bomen gerooid worden om de kruiden-, maar ook struiklaag een redelijke kans te geven. De structuur van een gevarieerd bos houdt in dat er drie groenlagen aanwezig zijn: kruiden, struiken en bomen. Wat de soorten struiken betreft, zijn bijvoorbeeld sleedoorn, vlier en rozebottel (alle reeds aanwezig) belangrijk i.v.m. de vogelstand (het zijn besdragende struiken).
Uiteraard zal op de gecultiveerde delen van het park, waar wel een renovatie van sierheestervakken heeft plaatsgevonden, worden geschoffeld om de kruidlaag er onder te houden. Dat is niet erg, want rond de speelweiden ligt het accent immers meer op recreatie, en minder op natuurbeleving.

Bomen

Ten behoeve van de renovatie zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd. De eerste inventarisatie is gedaan door Bureau Raadgeving en Onderzoek Groenvoorzieningen Amsterdam. Door de bewoners is het boomverzorgingsbureau Van Amerongen ingeschakeld ten einde onafhankelijk advies te verkrijgen. Uit beide onderzoeken bleek dat de bomen in het Flevopark er redelijk uitzien. Extern deskundige Veronica van Amerongen concludeert dat de vorm van sommige bomen soms te wensen over laat, maar dat dit absoluut geen bezwaar hoeft te zijn binnen het wat ruige karakter van het park, mits die bomen geen gevaar voor het publiek opleveren.
De kastanjes aan de zuidelijke toegangsweg lijden echter waarschijnlijk aan Verticilium, een dodelijke verwelkingsziekte. Het bureau raadt aan daar geen verticilium gevoelige bomen te planten.

Overhangende wilg - helaas is eind 1999 het middendeel eruit gezaagd.

De twee karakteristieke, naar de Joodse Begraafplaats overhangende wilgen kunnen blijven staan, aangezien kleine baggerschuiten daar onderdoor kunnen. In hoeverre de wilgen in de toekomst Het 'wilde paadje'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright tekst en foto's: Goos van der Sijde
(dd. 17 maart 1996)